Zo bereken je de smeltwaarde
Weeg het voorwerp (of neem het gewicht uit de kavelomschrijving), vermenigvuldig met het gehalte en met de koers per gram zuiver metaal. Een ring van 5 gram 14 karaat bevat 5 × 0,585 = 2,925 gram zuiver goud. Stenen, veren en sluitingen van ander metaal tellen niet mee: haal ze in gedachten van het gewicht af.
Karaat, gehalte en keurmerken
Bij goud staat het gehalte in karaat of in duizendsten: 24 karaat is (bijna) zuiver, 18 karaat is 750/1000, 14 karaat is 585/1000. Bij zilver is 925 (sterling) gebruikelijk; ouder Nederlands zilver is vaak 835. Het keurmerk staat meestal in de binnenkant van een ring of op de sluiting. Geen keurmerk betekent niet automatisch dat het niet echt is, maar wel dat je het moet laten testen.
Waarom je maximale bod onder de smeltwaarde ligt
Bovenop je bod betaal je opgeld aan het veilinghuis, vaak met btw over dat opgeld. Wie precies de smeltwaarde biedt, betaalt dus meer dan het metaal waard is. De rekenhulp rekent terug: met het ingevulde opgeld kom je bij het maximale bod precies op de smeltwaarde uit. Wil je het doorverkopen, houd dan ook rekening met wat een opkoper betaalt: dat is minder dan de spotprijs.
Btw op goud en zilver
Beleggingsgoud (baren en bepaalde munten met een hoog gehalte) is in de EU vrijgesteld van btw. Op sieraden, zilver en platina is meestal wel btw van toepassing of valt de verkoop onder de margeregeling. Wat er op jouw kavel van toepassing is, staat in de voorwaarden van het veilinghuis. Meer uitleg: btw bij veilingen.
Zilveren guldens en rijksdaalders
Voor Nederlandse zilveren munten staan gewicht en gehalte vast. Tel ze en reken alles in één keer uit met de rekenhulp voor zilveren munten.
Wanneer de smeltwaarde niet de echte waarde is
Bij munten, merkhorloges, antieke sieraden en designstukken bepaalt de verzamelwaarde de prijs, niet het metaal. Gebruik de smeltwaarde dan als ondergrens. Wat vergelijkbare kavels echt opbrachten, zie je in de prijsindex.